|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Joost van den Vondel (Keulen, 17 november 1587 – Amsterdam, 5 februari 1679) was een Nederlands dichter en toneelschrijver.
bewerk LevensgeschiedenisVan den Vondel werd geboren in Keulen. Zijn ouders waren doopsgezind en waren in 1585 de stad Antwerpen ontvlucht. In 1597 vestigden zij zich in Amsterdam. In 1610 trouwde Joost van den Vondel met Mayke de Wolff (Keulen, 1586 - Amsterdam, 15 februari 1635). Hij verdiende zijn brood met zijn kousenhandel in de Warmoesstraat. Zijden kousen kostten in die jaren zestien gulden in de winkel, die hij van zijn vader overgenomen had. Zijn twee kinderen Constantijntje, zalig kijntje en Saartje, de vreught van de buurt stierven jong. Van den Vondel werd lid van de Brabantse rederijkerskamer "Het Wit Lavendel". In 1613 begon hij Latijn te leren om Seneca te kunnen lezen, en later leerde hij Grieks om zijn toneelstuk Palamedes oft vermoorde onnooselheit te kunnen schrijven. De controverse rond Johan van Oldenbarnevelt en prins Maurits was de aanleiding voor Palamedes; met de 'vermoorde onnozelheid' werd Oldenbarnevelt aangeduid, en in de figuur van koning Agamemnon kon prins Maurits worden herkend. Het stuk verscheen in oktober 1625, enkele maanden na het overlijden van Maurits. Palamedes is een scherpe kritiek op de stadhouder, en de auteur moest Amsterdam ontvluchten. Hij verbleef enige tijd in Beverwijk, maar moest toch voor het werk terechtstaan. De forse boete van 300 gulden is mogelijk door schepen Albert Coenraads Burgh betaald, die Van den Vondel het idee van zijn toneelstuk aan de hand had gedaan. Palamedes was echter een populair toneelstuk, waarvan tot 1800 minstens vijftien drukken zijn verschenen. In de uitgave van 1652 heeft Van den Vondel een aantal woorden (zoals zonde) vervangen, en sommige politieke toespelingen werden verscherpt. Het werd pas in 1663, in Rotterdam, voor het eerst opgevoerd. Twee jaar later, toen de Amsterdamse schouwburg gesloten was vanwege een verbouwing, werd het stuk daar buiten de verantwoordelijkheid van de regenten opgevoerd. In 1641 ging Van den Vondel over van de Remonstranten tot de Rooms-katholieke Kerk, wat hem niet in dank werd afgenomen in de hoofdstad van de Republiek waar de calvinistische predikanten veel invloed hadden. De schouwburg in Amsterdam was daarentegen een katholieke aangelegenheid: de schouwburgbestuurders Jan Vos (dichter) en Claes Cornelisz. Moeyaert (schilder) waren katholiek. Omdat zijn zoon door zorgeloosheid in moeilijkheden was gekomen, reisde Van den Vondel in 1657 naar Denemarken. Van den Vondel dichtte O, Goon! wilt mij verlossen van deze Deensche ossen. Na het faillissement van de kousenzaak in de Warmoesstraat werd hij in 1658 suppoost bij de Bank van Lening, een zogenaamde sinecure, waar hij in 1668 gepensioneerd werd. Van den Vondel woonde op het Singel, niet ver van de Torensluis. Zijn zoon stierf onderweg naar Indië. Van den Vondel werd verzorgd door zijn dochter Anna en zijn nicht Agnes Block. Hij stierf op 91-jarige leeftijd. Als zijn laatste werk dichtte hij spottend zijn grafschrift:
bewerk Gedicht
bewerk Werkenbewerk Variëteit aan teksten
bewerk Hekeldicht
bewerk Religieuze poëzieDaarnaast heeft hij echter ook poëzie geschreven die louter religieus was, zoals tweemaal een Kerstlied:
bewerk Ander werkLichtvoetig is het gedicht van Van den Vondels hand dat in de atlas van Blaeu werd opgenomen, en dat begint:
Na deze klaagzang is Van den Vondels conclusie onontkoombaar: de lezer kan zich de moeite besparen, en zich beperken tot een reis door de kunstige atlas:
bewerk Renaissancist en rederijkerVan den Vondel was een Renaissancedichter, maar een die pas op volwassen leeftijd Latijn leerde. Laat-middeleeuwse invloeden, met name die van de Rederijkers, zijn evenzeer sterk in zijn werk aanwezig: woordspelingen:
— dat laatste woord betekent in het Latijn: "morgen"; opsommingen:
en tal van andere figuren laten de Rederijkerstraditie zien. bewerk Poëzie
bewerk Toneel
bewerk Gelegenheidsgedichten
bewerk Literaire verhandeling
bewerk Vertalingen
bewerk NagedachtenisHet monument voor Van den Vondel in de Nieuwe Kerk werd ontworpen door de tekenaar en kunstverzamelaar Cornelis Ploos van Amstel en de etser Reinier Vinkeles. Een commissie onder leiding van de Amsterdamse stadsbouwmeester Pierre Cuypers ijverde vanaf 1865 voor de oprichting van een standbeeld van Van den Vondel in het kort daarvoor geopende Nieuwe Park. Op 18 oktober 1867 werd hier een bronzen standbeeld onthuld, ontworpen door beeldhouwer Louis Royer, op een sokkel van Cuypers zelf en met teksten van zijn vrouw Antoinette Alberdingk Thijm. Omdat Louis Royer niet meer in staat was om het ontwerp zelf uit te voeren, werd de hulp ingeroepen van Jan Stracké. De genii aan de vier hoeken zijn van de hand van Jean Lauweriks. Al snel kreeg het Nieuwe Park daarom de naam Vondelpark, een naam die pas in 1880 officieel werd. Ter gelegenheid van de onthulling van het standbeeld sprak Jacob van Lennep, samensteller van de eerste wetenschappelijke uitgave van de volledige werken van Van den Vondel, een feestrede uit en schreef voor die gelegenheid het drama Een dichter aan de Bank van Leening. bewerk TriviaEen afbeelding van hem staat op een postzegel in de serie Zomerzegels van 1937.
bewerk Externe links
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |